Toen Marloes een paar maanden geleden met het onzalige idee kwam om naar de musical Soldaat van Oranje te gaan, heb ik ‘ja’ gezegd. Eigenlijk gewoon omdat ik geen ‘nee’ wilde zeggen. Dan is het tegenovergestelde soms best logisch. Maar ik hou niet van musicals. Nooit gedaan ook. Toen we naar Sunset Boulevard waren geweest heb ik haar dat nog toegeworpen. Als reddingsboei om mezelf te beschermen tegen dit soort avonden in de toekomst. Het had klaarblijkelijk geen zin. In 2011, net iets meer dan een jaar na het overlijden van de enige acteur die echt indruk had gemaakt bij Sunset Boulevard, zouden we dan toch naar de volgende musical gaan.

Ik zal mijn musical allergie uitleggen. Ik hou van zware tragedie. Zo zijn we een tijd geleden naar een monologenstuk geweest waar passages uit het dagboek van Anne Frank en dat van Goebbels tegen elkaar werden weggezet. Een fantastisch stuk. Ook Kopenhagen, inclusief sterrencast, is het noemen waard. Over een treffen tussen twee briljante nucleaire wetenschappers. Geweldig genoten. En weet je wat het allermooiste nog was? De wetenschappers besloten om, op het heftigst van hun dispuut, er NIET over te gaan zingen. Hadden ze dat wel gedaan dan was de charme, de spontaniteit, de echtheid helemaal verdwenen. Hoe kun je nu verwachten dat mensen zich laten meenemen in de tragedie van het moment, als het personage, tegen alle logica in, besluit om er over te gaan zingen? Het is precies dat sentiment dat maakt dat ik niet dol ben op musicals. En ik weet dat ik een van de weinigen ben, dus ik zou niet snel een pleidooi houden voor het totaal afschaffen van de bewuste theatervorm, van deze vorm van vermaak, maar dat wil niet zeggen dat ik er naar hoef te kijken.
En dan is daar de Soldaat van Oranje. Een, op feiten gebaseerd, verhaal dat al in 1977 in filmvorm is gegoten en dat nog in menigeen studentenhuis, als vanzelfsprekend, in de dvd-speler zit. Een kunstwerk van Paul Verhoeven, met Rutger Hauer in de hoofdrol. Je zou je kunnen afvragen als je de film kijkt: wie haalt het in zijn hoofd om daar een musical van te maken? Die vraag heb ik me tenminste gesteld toen ik er over hoorde. Ik kon toen ongetwijfeld niet vermoeden, en heb ook niet vermoed, dat o.a. Edwin de Vries, acteur, regisseur en schrijver, die al jaren moeite doet om, overigens met de meest glansrijke rollen en scenario’s (denk aan: de ontdekking van de hemel. Want als je Mulisch in een kijkbare film kunt gieten, dan kun je alles), het etiket van de velen slechte rollen die hij daarvoor speelde van zich af te weken, achter de schermen een sleutelrol vervulde. Tijdens onze voorstelling stond hij ook op het toneel. Zijn broer had ongetwijfeld een koudje gevat. Of hij was vrij voor de kerst.

De negatieve houding ten opzichte van musicals, maar ook ten opzichte van het vermusicaliseren van ‘De Soldaat, heb ik voor één avond van me afgeworpen. Dat duurde even, maar ik zat uiteindelijk vol verwachting op de eerste rij in de theaterhangaar in Katwijk. Ik was volgens mij nog nooit in Katwijk geweest. De theaterhangaar was me sowieso totaal onbekend.
Ik werd overvallen. De Soldaat van Oranje, de musical, is een bijzonder stuk theater. Het is een ervaring die ik iedereen kan aanraden. Niet omdat ik met kippenvel in de zaal zat, of omdat het stuk ook maar een beetje in de buurt kwam van de film; want dat is niet zo. Nee: ik raad het aan omdat het draaiende toneel, de sfeer in de hangaar, maar ook de acteurs op het toneel de gebreken snel deden vergeten. Wat mij betreft deed dat niet eens de hoofdrolspeler. Julian Looman, die dus Erik Hazelhoff Roelfzema speelde, was niet overtuigend. Hij was houterig, had een raar accent en wist zich niet los te trekken van het toneel waar hij op stond. Het was juist de cast om hem heen die de drie uur voorbij deden vliegen. Met name Lidwien Meeus en Reinier Schimmel zouden een zaalzitter welhaast verleiden om hen een arm om de schouders te slaan. Ik heb het niet gedaan overigens. Met een plek op de eerste rij moest ik het stellen met de uitlaatgassen van de voertuigen, de sigaretten- en sigarenrook en de spuugspetters van de personages. Want hoewel de plek op de eerste rij een garantie is op een mooie theaterervaring, leken enkele van de acteurs zich nauwelijks bewust van het feit dat er daar ook mensen zaten. Risico van het toeschouwer zijn, denk ik dan. Christine de Boer, in het stuk een ‘moffenhoer’, bleek ook een talent. Met enkele van dat soort talenten op het podium zou het zingen bijna geen probleem meer hoeven te zijn.
Ik zeg bijna, want uiteindelijk kwam op sommige plekken in het stuk het zingen compleet niet over. Er waren, ook in retrospect, hele monologen die aan dramatisch gehalte zouden hebben gewonnen als de gezongen tekst gewoon uitgesproken was. Maar goed: dat ben ik. Dat is mijn voorkeur. De gemiddelde musicalbezoeker zal zich wellicht juist verbazen over het feit dat de personages zo zelden zingen. Want: misschien dat die Duitse soldaten beter nog een lied zouden inzetten voordat ze het personage Bram, in een wat al te minimalistisch vormgegeven decorstuk dat naar duinen moet verwijzen, neerschieten? Ik laat dat oordeel graag aan de echte musicalbezoeker.
Er waren feitelijk maar twee echte puisten in het stuk. Enerzijds was dat sowieso, onmiskenbaar, de verdrietig kneuterig opgezette vliegtuigscene, waarbij twee personen, met de rug naar het publiek, een bombardement op Berlijn naspelen in een karretje dat me deed denken aan Mario Kart 1.0. Anderzijds was dat een van de laatste scenes, waar het hoofdpersonage, al lopende door de zo ingenieus aan elkaar gemaakte decorstukken, al het kwaad van de wereld ongedaan maakt en nog even een dansje waagt met hare majesteit de Koningin. Verlangend keek ik naar het volgende decorstuk, volledig overtuigd dat hij daar nog een panda en een walvis zou redden. Het gebeurde niet. Niet alleen daarom, maar ook omdat juist die scenes de schoonheid van het stuk, waar ik weinig op af kan dingen, kwaad doen, adviseer ik met alle liefde om ze weg te strepen. Laat dan de pauze maar wat langer duren. Of sta wat langer stil bij het lijden van het personage Charlotte. Want als je tijd hebt om de liefde te bezingen, dan mag je ook best dat lijden wat langer laten zien. Tijdens de oorlog was immers juist dat lijden hoofdrolspeler.
En zo zit ik, achter mijn computer, een stuk te typen over nota bene een musical die me wist te raken. Die de essentie feitelijk bijna wist te vangen. En het was uiteraard allemaal nog veel mooier geweest, als de personages gewoon niet hadden gezongen.
Dag meneer van Rijswijk,
Wat een fijne recensie, ben blij dat u over het algemeen genoten hebt van de voorstelling. En bedankt voor het commentaar over de panda en de walvis, erg geestig!
Vriendelijke groet,
Lidwien Meeus