Het LPB (Landelijk Platform voor Wijkgericht Werken) congres 2011 is weer afgelopen. En met het aflopen van het congres bekruipt me, zoals ook vorig jaar, een gevoel van heimwee. Heimwee naar, in dit geval, Den Helder. Nu kan ik me voorstellen dat de kritische lezer zich afvraagt: ‘Is Den Helder dan zo’n fantastische stad?’. Dat is het niet. Den Helder is een stad met ongeveer 60.000 inwoners. Een stad met nauwelijks een hart, maar wel met een pols. Er is een mooie kern van relatief jonge vrijwilligers die zich inzet om de stad mooi en leefbaar te houden. Maar de stad? Nee de stad is niet mooi. Misschien is ze zelfs lelijk.
Het is ook niet hetgeen waarnaar ik terug verlang, als ik op maandagochtend achter mijn bureau kruip. Veel meer dan dat verlang ik terug naar de evidente logica van burgerparticipatie die tijdens dat congres door de gangen echoot. Op een enkele verdwaalde deelnemer na, hebben alle mensen daar precies begrepen wat wijkgericht werken is. Zij hebben ook precies begrepen hoe je mensen moet betrekken. Zij snappen allemaal dat je mensen niet moet overtuigen van je gelijk, maar juist samen dingen moet doen. Als je samen een schilderij maakt, hoef je naderhand niet te bekvechten over de schoonheid er van. Als je samen bomen plant, hoe je naderhand niet te ruziën over hoe recht ze staan.
Dat sleutelwoord, samen, is vaststaand tijdens het LPB congres. Dat was het ook in Den Helder.
Woensdagmiddag vertrokken we, mijn collega en ik, richting de noordelijkste gemeente op het vasteland van de Nederlandse provincie Noord-Holland. Na drie uur treinen kwamen we aan. Ik hou niet van treinen. “Ik word daar zo moe van”, zou Kabouter Lui zeggen. Bij mij thuis heet dat lamlendig. Het congres was overigens digitaal inmiddels begonnen. Onze collegae uit Eindhoven waren al in Den Helder en brachten, via twitter, live verslag uit van hun avonturen. Het was welhaast een Suske & Wiske avontuur; Lambik en zijn gevolg waren nog vroeger dan wij naar Den Helder vertrokken. Ze waren neergedaald in de horeca-gelegenheid Café J.P. Dupont, met klassieke allure en voldoende dart-mogelijkheden voor een kleine voetbalvereniging. Wij, twee Helmondse Daltons, kwamen ze versterken. Brabant Zuid-Oost was daarmee nagenoeg compleet.
Donderdag begon het congres. De dagvoorzitter, Marianne van den Anker, begon met een ietwat te enthousiast betoog, en een veel te grote zwarte bloem in haar haren, over de grootsheid van de aanwezigen. Wij deden er toe. Na een paar zinnen al was ik overtuigd. Tijdens het veel te lange ophemelen van Den Helder, door de burgervader van de gemeente, bleef ik in mezelf herhalen hoe belangrijk, hoe onmisbaar wij feitelijk zijn. The missing link, de spin in het web. Pas bij het aantreden van de voorzitter van het LPB stond ik weer met beide benen op de grond. Trillende knieën nog van de egovlucht die ik zojuist had gemaakt. Trillende handen nog van het kanon dat ze, net voor aanvang van het congres, naast ons hadden afgeschoten.

En de voorzitter speechte zoals we dat van hem gewoon zijn: bevlogen, betrokken, meeslepend en enthousiasmerend. Het publiek hing aan zijn lippen. Waar zojuist mijn voeten de grond weer hadden gevonden, voelde ik alweer hoe hij ons optilde en op het zadel zette. ‘Meer met minder’. Het congres was herboren. De katterige spreker die nog zou volgen, was al bij voorbaat vergeven. Willem Stam had zijn falen al goedgemaakt, voor hij goed en wel begonnen was. De bussen stonden klaar. We gingen op locatiebezoek. Ik ging naar het Multifunctioneel centrum ’t Wijkhuis en naar de Jeruzalembuurt, alwaar we nadachten over het werven van vrijwilligers en het traject voor het plaatsen van een speeltuin. De locatiebezoeken zijn een mooi terugkerend instrument bij het LPB congres. In dit geval lieten ze ons ook de minder mooie kanten van Den Helder zien. Weliswaar zaten we aan tafel met heel betrokken wijkbewoners, maar de toestand van de wijken contrasteerden behoorlijk met het flitsende centrum en de verregaande plannen om het station en de schouwburg op te gaan knappen.
In de avond was er het welbekende avondprogramma, met muziek en meer dan voldoende netwerkmogelijkheden. Netwerkmogelijkheden. Een borrel dus. Waarbij ik alle collegae van vorig jaar weer eens zag, en me aan het merendeel ook weer opnieuw moest voorstellen. Ik had klaarblijkelijk weinig indruk gemaakt. Een mooie manier om alle egotrips van vanmorgen te compenseren. Mijn goede daden beperkte zich tot het verstoppen van een schep voor de delegatie uit Eindhoven. ‘Nee we gaan vannacht geen bomen recht zetten.’ Uiteindelijk stonden ze ook bij ons vertrek nog altijd scheef.
De vrijdag begon rustig. Een compensatiedag. De hele zaal gevuld met stille ambtenaren die liever nog iets langer in bed waren blijven liggen. Ik was een uitzondering. Mijn wekker stond, zoals gebruikelijk, om kwart over zes. Toen een enkeling net drie uur sliep, zat ik al aan mijn eerste kop koffie. Ik had zin in dag twee. Ik had zin in de inhoudelijke sprekers. Dat bleek terecht. Zef Hemel en Klaas Mulder brachten inspiratie op een moment dat de gemiddelde toehoorder misschien gewoon op jus d’orange zat te wachten. Niettemin werden ze met luid applaus uitgezwaaid. Terwijl een enkeling nog naar zijn hoofd leek te grijpen, overvallen door het harde geklap, was het merendeel van de aanwezigen klaar voor de workshops. De volgende ronde.

Later die dag zouden de politiekids, ouderwets op de emoties inspelend, nog stemmen stelen voor de LPB award. Ze wonnen. Ongetwijfeld terecht overigens, hoewel een weloverwogen stem met het zien van al die kleine kinderen, met bijpassende petjes, niet echt meer uit te brengen was. Ik stemde uiteraard op een ander, Eindhovens, project.
Op vrijdagmiddag verliet de trein het einde van Nederland, met in de verte Texel nog gelegen, bij de vuurtoren alsmaar rechtdoor. Terwijl de Helmondse delegatie de laatste dropjes buit maakten, was onze terugreis begonnen. Volgend jaar in Haarlemmermeer. Ik ben er bij.
Verdomd Roel, wat heb je een fijne schrijfpen. Inhoudelijk sluit ie naadloos aan bij mijn beleving. Tot volgend jaar.
Verslag met gemengde gevoelens gelezen, eigenlijk in
Was de anonieme reactie, voordat ik klaar was, eindigde het…..ik vind er eigenlijk niets in staan, van daar heb ik nu iets aan als burger maar daar is het natuurlijk ook niet voor geschreven.
Dag Hennie, dat heb je goed gezien. Dit is een sfeerverslag, geen inhoudelijk verslag.
Roel, enorm leuk om te lezen.. de sfeer goed weergegeven, herken ik wel!
volgend jaar weer!
[...] ik het eerste half jaar alleen maar dingen deed omdat mensen me zeiden ze zo te doen, leerde ik de methodiek kennen. Ik leerde het belang van burgerparticipatie. Want luisteren alleen is niet genoeg; je moet [...]